![]() |
Documenten |
Hoeveel sociale zekerheidsbijdragen betalen werknemers en zelfstandigen?
Werknemers
Bij werknemers worden de bijdragen gedeeltelijk betaald door de werknemer, gedeeltelijk door de werkgever. We spreken dus van werknemers- en werkgeversbijdragen.
Werkgeversbijdragen
De werkgeversbijdragen worden door de werkgever bovenop het brutoloon doorgestort aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Voor bedienden is dat minstens 33% van het brutoloon.
Om de tewerkstelling te verbeteren, bestaat er een specifieke bijdragevermindering voor kunstenaars.
Deze vrijstelling gebeurt per tewerkstelling. Als een kunstenaar dus per dag voor meerdere werkgevers werkt, heeft ieder van die werkgevers recht op de vrijstelling. Voorwaarde is wel dat minstens het interprofessioneel vastgelegd minimumloon (minimum 60,44 euro per dag) is betaald. Ook wanneer de prestatie slechts enkele uren heeft geduurd en bij de RSZ wordt aangegeven in uren, kan de vrijstelling van 55,67 euro worden bekomen. Als maar enkele uren per dag worden aangegeven, en als de totale vergoeding voor die dag onder de 60,44 euro blijft, kan de vrijstelling per uur (7,33 euro) worden toegepast. Voorwaarde is wel dat voor deze uren het interprofessioneel minimum uurloon (nl. 7,95 euro) wordt betaald.
Opgelet! In bepaalde sectoren gelden evenwel loonbarema’s die hoger zijn dan het interprofessioneel minimumloon.
Voor de CAO podiumkunsten, CAO Muziek (PC 304) en hierbij opgelegde loonbarema’s, klik hier.
Andere belangrijke PC's voor de culturele sector zijn:
- PC 227 (bedienden audiovisuele sector)
- PC 303 (arbeiders en bedienden filmbedrijf)
- PC 329 (arbeiders en bedienden socio-culturele sector)
De CAO’s die in de PC’s worden afgesloten kunnen worden geconsulteerd op www.meta.fgov.be in het menu regelgeving.
Voor scheppende kunstenaars is bovenstaande berekeningswijze op het eerste gezicht minder vanzelfsprekend. Deze kunstenaars worden immers meestal vergoed met een globale som (een taakloon). De RSZ laat echter toe om dat taakloon te spreiden over een aantal fictieve arbeidsuren of -dagen en op die manier te komen tot een fictief uur- of dagloon. Zolang het resulterende dag- of uurloon boven de vastgestelde minima blijft, kunnen de kunstenaar en zijn opdrachtgever vrij bepalen hoe die spreiding precies gebeurt. De vrijstelling van werkgeversbijdragen en het bedrag van latere uitkeringen worden berekend op basis van deze spreiding.
Werknemersbijdragen
Naast de werkgeversbijdragen moet de werkgever van het brutoloon ook nog eens de werknemersbijdragen aftrekken en doorstorten aan de RSZ. Deze werknemersbijdragen vormen 13,07% van het brutoloon.
Opmerking: in sommige gevallen kan de toepassing van een andere tewerkstellingsmaatregel dan de bijdragevermindering voor kunstenaars voordeliger zijn. Je vindt hierover meer uitleg bij "hoeveel kost de tewerkstelling van een werknemer? kan ik beroep doen op een tewerkstellingsmaatregel om deze kostprijs te verminderen?".
Algemeen
In de loonkosttabel (zie ’documenten’) worden, ter vergelijking, 3 situaties naast mekaar geplaatst. Het nettoloon wordt berekend vertrekkende van de loonkost (= totale kost voor werkgever):
- Een bediende, in dienst van een werkgever, presteert 1 dag, verdient 100 euro bruto en heeft 30 euro kosten
- Een kunstenaar, werknemer, rechtstreeks aangeworven door een werkgever, presteert 1 dag, verdient 100 euro bruto en heeft 30 euro kosten.
- Een kunstenaar, werknemer, via een SBK, presteert 1 dag, verdient eveneens 100 euro bruto en heeft eveneens 30 euro kosten.
Zelfstandigen
Berekeningsgrondslag
In de zelfstandigenregeling moet de zelfstandige zélf om de drie maanden bijdragen storten aan een sociaal verzekeringsfonds. Let op: zij worden berekend op basis van het nettobedrijfsinkomen dat de zelfstandige heeft aangegeven voor het derde kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de bijdrage wordt betaald (men noemt dat het "referentiejaar"). Dat kan tot gevolg hebben dat een zelfstandige op een moment dat het financieel wat minder goed gaat, toch bijdragen moet betalen op een inkomen van drie jaar geleden toen het hem misschien beter voor de wind ging!
Starters betalen de eerste drie jaren voorlopige bijdragen. Deze bijdragen worden later geregulariseerd, d.w.z. herberekend in functie van de werkelijke beroepsinkomsten.
De bijdragen worden berekend op de netto beroepsinkomsten d.w.z. de bruto-inkomsten verminderd met de beroepskosten (en eventueel met de beroepsverliezen).
Bijdragevoeten (cijfers 2009, exclusief beheerskost sociaalverzekeringsfonds - gem. 3 à 4 %)
De bijdrageregeling is verschillend voor zelfstandigen in hoofdberoep en zelfstandigen in bijberoep.
Hoofdberoep
- 22 % op de nettoberoepsinkomsten
Let op! minimumbijdrage: 650,34 euro per kwartaal (verondersteld minimum netto jaarinkomen = 11.824,39 euro) - 14,16 % voor nettoberoepsinkomsten tussen 51.059,94 euro en 75.246,19 euro
- gedeelte boven 75.246,19 euro: geen bijdragen verschuldigd
Starters betalen 606,00 euro (1ste jaar), 620,78 euro (2de jaar) of 635,56 euro (3de jaar) per kwartaal. Dit zijn voorlopige kwartaalbijdragen. Deze bijdragen worden later geregulariseerd, d.w.z. herberekend in functie van de werkelijke beroepsinkomsten.
Bijberoep
- beneden 1.308,18 euro nettoberoepsinkomsten per jaar: geen bijdrage
- vanaf 1.308,18 euro betaal je 22 %
- geen minimumbijdrage!
Starters betalen in het eerste jaar een voorlopige bijdrage van 67,05 euro per kwartaal, 68,68 euro in het tweede jaar en 70,32 euro in het derde jaar.
Gelijkgestelden met bijberoep (gehuwden, weduwen/weduwnaars, studenten)
Indien de nettoberoepsinkomsten niet meer bedragen dan 6.194,10 euro per jaar worden de bijdragen berekend zoals voor een bijberoep (zie hierboven). Wie ten minste 6.194,10 euro verdient betaalt de bijdrage van een hoofdberoep (en is dus ook onderworpen aan de minimumbijdrage).
Na de pensioenleeftijd
- beneden 2.616,35 euro nettoberoepsinkomsten: geen bijdragen
- boven 2.616,35 euro betaal je 22 % (of 14,70 % voor de activiteiten tijdens het genot van een pensioen op basis van vroegere arbeidsprestaties, bv. werknemerspensioen)
Starters betalen tijdens het eerste jaar 134,09 euro aan voorlopige bijdragen indien het gaat om een zelfstandige die zijn activiteit na pensioenleeftijd verderzet (137,36 euro in het tweede jaar en 140,63 euro in het derde jaar) en 96,15 euro aan voorlopige bijdragen indien de zelfstandige zijn activiteit combineert met het genot van een pensioen.
Vrijstelling
Principe
Zelfstandigen die menen dat zij zich in een staat van behoefte bevinden of in een toestand die de staat van behoefte benadert, kunnen volledige of gedeeltelijke vrijstelling aanvragen van de verschuldigde bijdragen. De aanvragen worden behandeld door de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen bij de FOD Sociale Zekerheid (link, www.rsvz.be). Deze Commissie heeft een ruime appreciatiebevoegdheid om de staat van behoefte of de toestand die de staat van behoefte benadert, te beoordelen. Om te bepalen of een persoon al dan niet in zijn behoeften kan voorzien zal de Commissie onder meer rekening houden met volgende feitelijke gegevens:
- het beroepsinkomen en de andere inkomsten;
- de schulden van de aanvrager;
- samenstelling van het gezin.
Procedure
De aanvraag tot vrijstelling van bijdragen moet ingediend worden bij de socialeverzekeringskas van de zelfstandige hetzij bij een ter plaatse neer te leggen verzoekschrift hetzij bij een ter post aangetekende brief.
Van zodra de verzekeringskas de aanvraag heeft ontvangen, zal ze de zelfstandige een inlichtingenformulier A opsturen dat binnen de 30 dagen ingevuld en ondertekend moet worden terugbezorgd. Naast dit inlichtingenformulier is het aangewezen om de verzekeringskas alle documenten te bezorgen die dienstig zijn om de staat van behoefte te beoordelen.
Termijn
De aanvraag tot vrijstelling van bijdragen moet ingediend worden binnen 12 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op datgene waarop de bijdrage betrekking heeft.
Voorbeeld: Je bent zelfstandig beeldhouwer. In 2007 heb je in het eerste en tweede kwartaal geen inkomsten verworven, terwijl jouw schulden daarentegen zijn toegenomen. De aanvraag tot vrijstelling van bijdragen moet ten laatste op volgende data worden ingediend:
- wat de bijdragen voor het eerste kwartaal 2006 betreft: 1 april 2008
- wat de bijdragen voor het tweede kwartaal 2006 betreft: 1 juli 2008
Beslissing van de commissie
De Commissie kan een gehele of gedeeltelijke vrijstelling van bijdragen verlenen. De bijdragen die in aanmerking komen voor vrijstelling zijn diegenen die uitdrukkelijk in de aanvraag zijn opgenomen en de bijdragen die vervallen zijn tussen het ogenblik van de aanvraag en het ogenblik waarop de Commissie beslist. Tegen de beslissing van de Commissie is geen hoger beroep mogelijk. De aanvragen kan evenwel bij de Raad van State om de nietigverklaring van de beslissing verzoeken.
Gevolgen van de beslissing van de commissie
De bijdragen die door de Commissie werden vrijgesteld, worden geacht door de zelfstandige te zijn betaald. De zelfstandige bouwt m.a.w. ook in deze vrijgestelde periodes sociale zekerheidsrechten op, met uitzondering van de pensioenrechten.
Auteur: Yasmine Kherbache
Datum laatste aanpassing: 4 februari 2009 door Greet Souvereyns, Kunstenloket VZW
Sociale zekerheid |

